Verhalen

Een Victoriaanse rage: zeewier verzamelen

“It is both wasteful, uncomfortable, and dangerous to attempt sea-weed hunting in delicate boots”, volgens de negentiende-eeuwse Britse kinderboekenauteur én enthousiast zeewierverzamelaar Margaret Gatty (1809 – 1873). In haar boek ”British sea-weeds: drawn from Professor Harvey’s ‘Phycologia Britannica’ “(1872) beschrijft Gatty – zelf een ervaren zeewierverzamelaar langs de uitgebreide Britse kustlijn – niet alleen op haast wetenschappelijke wijze verschillende zeewiersoorten en -families; juist haar adviezen aan andere vrouwelijke zeewier-collectionneurs vormen een interessante inkijk in de do’s en don’ts van het zoeken naar en bewaren, drogen en determineren van zeewier zoals dat in de negentiende eeuw heel populair was.

Wetenschap

Mannenlaarzen waren dan misschien een vereiste om veilig over stenen en door poeltjes met water en wier te kunnen lopen: wat betreft de rest van een geschikte outfit voor de Victoriaanse vrouwelijke zeewier-jager is Gatty ook duidelijk: ”Next to boots comes the question of petticoats; and if anything could excuse a woman for imitating the costume of a man, it would be what she suffers as a sea-weed collector from those necessary draperies! But to make the best of a bad matter, let woollen be in the ascendant as much as possible; and let the petticoats never come below the ankle.” 

Titelblad van ”British sea-weeds: drawn from Professor Harvey’s ‘Phycologia Britannica’ ” (1872) van Margaret Gatty
Publiek domein afbeelding afkomstig van Wikimedia Commons

Het verzamelen van zeewier was vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw een hobby waar juist vrouwen in dit Victoriaanse tijdperk plezier aan beleefden. Het werd niet decent genoeg geacht dat zij zich nog langer bezighielden met het determineren van bloemen en planten sinds Linneaus’ onderzoek had uitgewezen dat planten vrouwelijke of mannelijke onderdelen bevatten. Bij zeewier speelden dergelijke onzedelijke aspecten niet en vormde het een leerzaam, prettig en vooral geaccepteerd tijdverdrijf waarmee ook vrouwen een (semi-)wetenschappelijke bijdrage konden leveren in een eeuw die vol was van nieuwe ontdekkingen. Deze hobby werd door Victoriaanse tijdgenoten gezien als een veilige manier waarop ook een vrouw zich kon verdiepen in de “door God geschapen wereld der wonderen”.

Plaat met zeewiertekeningen in ”British sea-weeds: drawn from Professor Harvey’s ‘Phycologia Britannica’ ” (1872) van Margaret Gatty
Publiek domein afbeelding afkomstig van Wikimedia Commons

Naast Margaret Gatty was ook Amelia Griffiths (1768–1858) – indertijd professioneel vaak Mrs Griffiths of Torquay genoemd – een zeewier verzamelende wetenschapper die haar werk met behulp van een assistente uitgebreid beschreef. Die assistente, Mary Watts, had een winkel met in een bloemenpers gedroogde bloemen. Griffiths en Watts werkten samen aan meerdere uitgaven van het boek ‘Algae Danmoniensis’ met zeewieren die Griffiths in en rondom Torquay had verzameld. In 1833 publiceerden ze deel 1 en 2 met ieder zo’n vijftig zeewier-specimen. Later werden ook nog een derde en vierde deel gepubliceerd. De Zweedse botanist Carl Agardh noemde een rodezeewiersoort Griffithsia ter ere van Amelia Griffiths.

Griffithsia setacea: de rode zeewier vernoemd naar Amelia Griffiths
Publiek domein afbeelding afkomstig van Wikimedia Commons

Hobby

Het aanmaken van herbaria en de opkomst van het verzamelen zeewier verzamelen viel in Engeland samen met vergelijkbare hobbies als bloemen drogen en scrapbooking. Voor sommige met name vrouwelijke verzamelaars was niet zozeer de wetenschappelijke achtergrond de drijfveer achter hun expedities langs de kust, maar eerder de wens om kleine kunstwerkjes te maken. Deze frivole verzamelaars catalogiseerden hun vondsten van algen en zeemossen niet met behulp van botanisch papier en zwierig geschreven soortnamen; zij plakten hun gedroogde wieren op kaarten zodat ze een – soms kleurrijk – tafereel vormden van cirkels of zeewiergezichten. De geduldigste kunstenaressen knipten en sneden de wieren zelfs in kleine stukjes, plakjes en sliertjes om er volgens namen mee te ‘schrijven’. Met wetenschap had dit alles niets meer te maken.

Uit een boek met zeewier-werkjes van Eliza A. Jordson voor Augustus Graham; afbeelding van Grahams naam in zeewier ‘geschreven’ (1848) – (publiek domein afbeelding) uit het Brooklyn Museum
Uit een boek met zeewier-werkjes van Eliza A. Jordson voor Augustus Graham; afbeelding twee soorten wier in een cirkel opgeplakt – (publiek domein afbeelding) uit het Brooklyn Museum

Ook buiten het Britse eiland werd op andere kustlijnen – met name in de Verenigde Staten en in Frankrijk – eenzelfde zeewierverzamelhobby bedreven. Ik heb echter nog geen sporen gevonden van een dergelijk wetenschappelijk of hobbymatig tijdverdrijf in de lage landen. Ik verwachte namelijk wel een bijdrage te vinden aan een album amicorum in bijvoorbeeld de collectie van de Koninklijke Bibliotheek waarin naast een gedicht of spitsvondig aforisme ook een stuk zeewier geplakt zou zijn. Tot dusver heb ik in de catalogus van de KB helemaal niets kunnen vinden over zeewier in alba amicorum naast een paar regels uit een gedichtje van Willem Bilderdijk over zeewier dat Jonkvrouw Antoinette Marie Charlotte Steengracht (1832-1852) schreef in het album van Marie Müller (1819 – 1888).

Een handvol zeewier dreef door ’t nat 
Ten spel van wind en golven, 
Nu, ’t moedig hoofd om hoog gebeurd, 
En dan, in ’t schuim bedolven:   

Maar, hobblende op den woesten vloed 
En worstlend met zijn baren, 
Kwam eindlijk op een oeverplaat 
Als eilandtj’ aangevaren.

Eerste twee stroven van ‘Unda fretis tulit aestuosis’ (1858) van Willem Bilderdijk

Ik blijf zoeken naar vormen van zeewier als kunstwerkjes of bijdragen door vrouwen aan negentiende-eeuws wetenschappelijk onderzoek. Mocht je voorbeelden hebben van erfgoed rondom zeewier dan zou ik het leuk vinden als je een reactie achterlaat of een mail stuurt naar info [apenstaartje] opzoeknaardekoolhaas [punt] nl

Meer lezen?